Terug naar overzicht

Externe Commissie Midden-Holland adviseert over versterken bestuurskracht Midden-Holland

Niet alleen de gemeenten maar ook de provincie moet beter samenwerken in het gebied rond Gouda.

De gemeenten in Midden-Holland en provincie Zuid-Holland moeten de samenwerking in Midden-Holland een impuls geven. Belangrijkste inzet daarbij is versterking van de belangenbehartiging, gebaseerd op een samenhangende agenda voor het Groene Hart. Daarvan moet economische ontwikkeling meer dan tot op heden onderdeel uitmaken. Gemeenten en provincie moeten daarbij sterker samenwerking zoeken met inwoners, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. De steden in het Groene Hart (Gouda, Alphen aan den Rijn en Woerden) kunnen sterker als trekkers optreden. Als provincie en gemeenten deze opgaven niet weten te realiseren, blijven er voor dit gebied kansen onbenut. Dat adviseert de Externe Commissie Midden-Holland in de eindrapportage ‘De drang naar groter, de hang naar kleiner’.

Over de Krimpenerwaard constateert de commissie dat er geen andere levensvatbare en duurzame optie is dan een herindeling. Het is de enige manier waarop de lokale overheid in de Krimpenerwaard de grote maatschappelijke opgaven aan zal kunnen. Daarbij is volgens de commissie de enige keuze of dit een herindeling wordt van de Krimpenerwaard inclusief of exclusief Krimpen aan den IJssel. Deze laatste variant, ook wel K5 genoemd, lijkt in het gebied meer draagvlak te hebben. De commissie heeft om die reden een voorkeur voor de K5-oplossing. De minister van BZK kan zijn keuze tussen K5 en K6 mede laten bepalen door voor de zomer het bestuurlijk draagvlak te toetsen.

De Externe Commissie Midden-Holland bestaat uit Jan Hendrikx, Riek Bakker en Ronald Bandell. De commissie is in september 2012 ingesteld door de provincie Zuid-Holland en de tien gemeenten van Midden-Holland (Bergambacht, Bodegraven-Reeuwijk, Boskoop, Gouda, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen en Zuidplas). De gemeenten doorlopen een proces om regionale samenwerking opnieuw een impuls te geven onder de titel ‘De Nieuwe Regio 2.0’. De vraag aan de commissie was: In welke vorm kan (bestuurlijke) samenwerking in en rond Midden-Holland de economische kracht van het gebied versterken? De commissie heeft de huidige bestuurlijke dynamiek (regeerakkoord, decentralisatie en bezuinigingen) meegenomen.

Kansen en uitdagingen voor Midden-Holland beter benutten
De commissie ziet kansrijke ontwikkelingen en uitdagingen voor Midden-Holland om de ruimtelijk-economische structuur te versterken. De toekomst van de agrarische sector, ruimtelijke kwaliteit, de wateropgave en het versterken van de innovatiekracht van het midden- en kleinbedrijf vragen nadrukkelijk om aandacht. De commissie oordeelt dat een beter gecoördineerde aanpak en afstemming van activiteiten van de gemeenten en de provincie nodig is om de kansen te benutten. De resultaten die de regio boekte zijn tot nu toe mager. De regio was te vaak afwezig aan de tafels waar het gebeurde. De provincie beperkte zich tot voor kort in het gebied tot de herindelingsagenda en enkele specifieke – niet altijd succesvolle – projecten. Het ontbreekt aan een agenda voor het gebied waar provincie en gemeenten gezamenlijk aan werken. Een steviger invulling van de samenwerking tussen de gemeenten onderling, tussen de gemeenten en de provincie, de gemeenten en de waterschappen en tussen publieke en private partijen is nodig om de levensvatbaarheid van de regio te waarborgen.

De commissie adviseert de regio zich zowel op lagere als op hogere schaalniveaus effectiever te organiseren en nodigt partijen uit hieraan uitwerking te geven. Daartoe heeft de commissie verschillende aanbevelingen gedaan.